
In de lente verandert er heel veel, met name in de natuur. Voor jonge kinderen is die verandering niet vanzelfsprekend; ook niet dat het ene stadium van groei voortkomt uit het andere. Als we peuters bijvoorbeeld een knop van een bloem laten zien en daarna een open bloem of een ei en een kuiken, dan kunnen ze dat als twee aparte dingen zien, zonder er verband tussen te leggen. We gaan de peuters deze ontwikkelingen stap voor stap laten zien, zodat ze verband leren leggen tussen de veranderingen in de natuur. Ook knutselen hoort er weer bij: we stempelen met witte verf en één vinger op een zwart schaapje. Ook maken we een hyacint van een eierdoos en een grote tulp. Als de lente is afgesloten gaan we meteen aan Pasen werken, dit keer een paashaas met een bakje voor z'n buik, waar wat lekkers in komt.
Liedjes:
tok, tok, tok, tok, boe, boe, boe, boe,
waar is de kip, waar is de koe? (2x)
het lammetje dat springt heel fijn, net als onze vriend konijn
en het varken dat zegt knor en de vogel zingt zich schor
herhaling refrein
maar waar is eigenlijk het ei op deze mooie boerderij
'k geloof dat ik het ei al zie, kijk maar goed ik tel tot drie...1, 2, 3
herhaling refrein
de kip was zo blij, zij legde toen een ei
het ei brak open, wat kwam eruit gekropen
weet je wat het kuiken riep: piep, piep, piep
verder zingen we ook: lammetje, lammetje, lammetje
alle eendjes zwemmen in het water
een koetje en een kalfje
